7 juli 2019

Deel 1 - Wat zijn de verschillen tussen WIA, WGA en IVA?

Olaff Smit, Arbeidsdeskundige Contact de auteur

WIA blog serie – deel 1 van 4
De WIA is complex en dat blijkt wel uit de vele vragen die wij per week binnen krijgen. In deze serie WIA blogs (in totaal 4) leg ik de basis van de WIA en de verschillende soorten uitkeringen aan u uit. In dit 1e blog vertel ik u meer over termen WIA, WGA en IVA.

de Wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen (WIA)

Sinds 1 januari 2006 is de WAO vervangen door de WIA, de Wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen. Bij de WIA staat ‘werken naar vermogen’ centraal. Ofwel, het gaat niet om wat je niet meer kan... maar om wat je nog wél kan.’

De uitgangspunten van het nieuwe stelsel zijn:

  1. Werkgever en werknemer blijven samen verantwoordelijk voor een gezonde werkomgeving.
  2. Werkgever en werknemer moeten zich, meer nog dan voorheen, samen inspannen om bij langdurige ziekte terugkeer naar werk mogelijk te maken.
  3. Na twee jaar ziekte kan de werknemer voor de WIA worden beoordeeld. Daarbij ligt de nadruk op wat de werknemer nog kan, niet op wat hij niet meer kan.
  4. Werknemers die deels arbeidsgeschikt zijn, krijgen een uitkering. Hoe arbeids(on)geschikt iemand is, hangt af van wat hij of zij door ziekte of handicap aan inkomen verliest.
  5. Werken, dus ook weer werken of meer werken, moet lonend zijn.
  6. Wie geheel arbeidsongeschikt is en bij wie herstel niet waarschijnlijk is, krijgt een hogere uitkering.
  7. Wie nu een WAO-,WAZ- of Wajong-uitkering heeft, valt niet onder het nieuwe stelsel.

Welke WIA uitkeringen zijn er?

  1. WGA
    De regeling Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsgeschikten (WGA). U krijgt mogelijk een WGA-uitkering als u 2 jaar of langer ziek bent en (in de toekomst) kunt werken.

  2. IVA
    De regeling Inkomensvoorziening Volledig Arbeidsongeschikten (IVA). U krijgt mogelijk een IVA-uitkering als u niet of nauwelijks kunt werken en er een kleine kans is dat u herstelt.

Hoe rekent de WIA?

Vanaf 1 januari 2004 geldt dat werknemer en werkgever twee jaar lang alle mogelijkheden moeten bekijken voor terugkeer naar werk. In die 2 jaar moet de werkgever het loon doorbetalen voor ten minste 70%. Afhankelijk van de cao-afspraken kan dit percentage (positief) afwijken. Na 2 jaar van ziekte verandert dit. Uw werkgever hoeft u dan geen loon meer te betalen. U kunt dan een WIA-uitkering aanvragen. Daarbij wordt gekeken wat u met uw beperkingen nog wel kan en wat u daarmee kan verdienen. Dit heet de resterende verdiencapaciteit. Het verschil tussen het oude loon en de resterende verdiencapaciteit is het ‘loonverlies’. Dit bepaalt de mate van arbeids(on)geschiktheid.

 
Rekenvoorbeeld:
Laatstverdiende loon (€ 2.000,-) minus resterende verdiencapaciteit (€ 1.000,-)  delen door laatstverdiende loon (€ 2.000,-) x 100 = 50% arbeidsongeschikt.

Vier verschillende WIA uitkomsten

  1. Als u minder dan 35% arbeidsongeschikt bent, kunt u 65% of meer van uw oude loon verdienen. U krijgt dan geen WIA-uitkering. Soms is wel een (aanvullende) WW- of bijstandsuitkering mogelijk.
  2. Als uw loonverlies tenminste 35% is, maar minder dan 80%, dan bent u
    gedeeltelijk arbeidsgeschikt en ontvangt u een WGA-uitkering.
  3. Als uw loonverlies 80% of meer is en er een meer dan geringe kans is
    op herstel, dan is er sprake van ‘volledige’ maar niet van ‘duurzame’ arbeidsongeschiktheid en gaat de WGA gelden.
  4. Als u een loonverlies van ten minste 80% hebt en duurzaam arbeidsongeschikt bent, dus geen of een geringe kans op herstel hebt, ontvangt u een IVA-uitkering.

Wilt u meer weten over de WIA?

  1. Deel 1 - Wat zijn de verschillen tussen WIA, WGA en IVA?
  2. Deel 2 - Wat is een Loongerelateerde uitkering (LGU)?
  3. Deel 3 - Wat is een loonaanvullingsuitkering (LAU)?
  4. Deel 4 – Wat is een vervolguitkering (VVU)?

Website door VNK media en Daan Schaart © Copyright 2019 Enroute BV
Re-integratie
Werkwijze
Meer over reintegratie
Artikelen
Contact
Facebook logo Twitter logo LinkedIn logo